"Je vader is gefusilleerd. ‘t Is niet te geloven. maar toch waar", leest Tonny Gadellaa-Habraken voor uit een brief van haar oma. Een zeer verdrietige brief, geschreven in mei 1945, waarin 'oma' de familie vertelt dat haar man, Haarlemmer Harry Habraken, is doodgeschoten. Tonny werd in 1946 geboren en heeft haar opa dus nooit leren kennen. Ze herdenkt hem jaarlijks en voelt zich zo steeds dichterbij haar opa komen.

Tonny vindt het heel belangrijk dat ze ieder jaar op 4 mei kan vertellen over 'opa Harry'. Hoe een heel normale, gelovige man van het ene op het andere moment zijn vrijheid verliest, wordt meegenomen door de Duitsers, naar Sint Pancras afgevoerd en daar in koelen bloede wordt doodgeschoten. Dit jaar hangt zijn kleindochter Tonny opnieuw een groot portret van haar opa aan haar balkon en leest ze in het Haarlemse Rosenstock Huessy Huis de brief van haar oma voor aan tientallen geïnteresseerden. Harry Habraken was namelijk jarenlang directeur van drukkerij Sint-Jacobs Godshuis, waar nu het Rosenstock Huessy Huis is gevestigd.

"Mijn opa was echt 'een goede sul'. Hij had zijn kerk, de muziekvereniging, zijn gezin en dat was het. Hij was hier heel gelukkig", vertelt Tonny aan mediapartner NH. "Het was echt geen stoere man die wel even bij het verzet zou gaan." Harry Habraken groeide op in Den Bosch en verhuisde met zijn vrouw en kinderen naar Haarlem toen de katholieke drukkerij Sint-Jacobs Godshuis aan de Antoniestraat een directeur zocht. Habraken had grafische vormgeving gestudeerd en greep zijn kans.

Naast de drukkerij was een gelijknamig weeshuis. De weesjongens werden in de drukkerij aan het werk gezet. Habraken ging samen met zijn vrouw Jeanne de Rooij naast de drukkerij wonen en had er ook een kantoor. Dan vallen de Duitsers Nederland binnen in 1940. Tijdens de eerste oorlogsjaren gaat Habraken niet bij het verzet. Hij doet zijdelings wel eens een klusje in de drukkerij voor bevriende verzetsstrijders, maar daar blijft het dan ook bij. Eind 1944 worden Antwerpen en Brussel bevrijd en de Geallieerden lijken op te stomen richting het noorden, dus ook naar Haarlem. Daar vreest het verzet dat de inwoners voor eigen rechter gaan spelen en ze proberen de boel alvast een beetje te kalmeren.

Een bevriende rechercheur, die bij het verzet zit, vraagt Habraken om affiches te drukken, zodat het geen 'bijltjesdag voor NSB'ers' gaat worden in de stad. Habraken, zo goed en trouw als hij is, werkt daar aan mee. Hij verbergt de spullen tijdelijk op de zolder van de bakkerij van het weeshuis. Dat zal hem uiteindelijk zijn leven kosten.

In de nacht van 5 op 6 december vindt in Haarlem 'de Sinterklaasrazzia' plaats. Honderden mannen worden opgepakt, naar Duitsland getransporteerd en daar aan het werk gezet. Veel Haarlemmers proberen de razzia te ontvluchten en zoeken schuiladressen. Zo schuilen ruim 40 mensen op de zolder van het weeshuis, dus in de buurt van de dan nog 'geheime' affiches van Habraken.

Waarom de Duitsers het ineens op Harry Habraken hebben gemunt, is nog steeds onduidelijk. Eén van de mogelijkheden is dat een Haarlemse oud-verzetsstrijder zijn stadsgenoten heeft verraden. Ze worden vervolgens één voor één opgepakt door de Duitsers, net als Habraken. 'Oma Jeanne' schrijft daar het volgende over in haar brief, zo leest Tonny voor: 'Op 18 maart zondagmorgen kwart voor zeven werd ineens een ruit van ’t kantoor stuk gegooid door 5 Duitsers die zo ’t kantoor binnen gingen en zo door de gang over de plaats een ruit in de keuken stuk gooiden en zo stonden er ineens 5 Duitsers in de kamer. (...) 1 mof bleef met zijn geweer in de kamer staan, 1 mof stond voor de buitendeur en 1 mof stond op de plaats. 2 andere moffen gingen toen op ’t kantoor en drukkerij alles onderzoeken.'

Habraken wordt meegenomen naar een gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Zijn huis en kantoor worden door de Duitsers overhoop gehaald en uiteindelijk vinden ze de affiches. Maar de onderduikers weten ze gelukkig niet te ontdekken.

Half april 1945 wordt bij Sint Pancras een explosief tot ontploffing gebracht bij het spoor. Een trein, die daar in opdracht van de Duitsers richting Den Helder rijdt, raakt zwaar beschadigd. Wat iedereen vreest, wordt werkelijkheid: de Duitsers komen met een vergeldingsactie. Vanaf de Weteringschans worden Habraken en ruim twintig andere mannen op een platte kar naar Sint Pancras vervoerd. Er zijn nog geen snelwegen, dus de karavaan doet er lang over om via hobbelige wegen naar het noorden te komen. Onderweg worden alvast enkele gevangenen doodgeschoten. Habraken is op een sportveld in Sint Pancras aan de beurt.

De Haarlemmer wordt 62 jaar. Zijn stoffelijk overschot wordt later in de duinen bij Overveen gedumpt. Uiteindelijk krijgt hij een rustplek op de Eerebegraafplaats in Bloemendaal. "Opa en oma waren heel katholiek en ze haalden heel veel kracht uit het geloof. Daar ben ik blij om, want oma bleef toen alleen met een groot gezin achter", legt Tonny uit. De vader van Tonny, Wim, sprak nooit over de oorlog, totdat hij ineens de brief van zijn moeder aan Tonny liet zien. "Mijn oom heeft de handgeschreven brief vervolgens helemaal uitgetypt en veel familieleden zijn verder gaan speuren." Zo ook Haarlemmer Frank Habraken, Tonny haar neef. Hij spreekt ook in het Rosenstock Huessy Huis.

Tonny vindt het vreselijk dat haar goede, trouwe opa in de allerlaatste weken van de oorlog is omgekomen. Ook oma was uiteraard ontzettend verdrietig, zo schrijft ze in haar brief van mei 1945: 'Vader die altijd zo bang overal voor was, door de Duitsers vermoord, niet te geloven en dat nu wij 5 jaar oorlog hebben de laatste maand nog zo iets moet gebeuren. Erger kan het toch niet. (...)Wij moeten er in berusten en alles aan Onze Lieve Heer overlaten, maar vergeten kan ik het niet. Wat wordt er van ons toch een groot offer gevraagd aan het eind van de oorlog. Was het maar een maand eerder vrede geweest. Je kunt niet geloven hoeveel medeleven en belangstelling wij hebben gehad.'

Op 4 mei gaat Tonny altijd naar de Eerebegraafplaats in Bloemendaal. Daar herdenkt ze haar opa Harry. "Dat doet onze familie altijd. Tijdens de twee minuten stilte hoor je dan alleen nog maar de vogels fluiten. Dan denk ik: 'vogeltjes kunnen gaan en staan waar ze willen, die hebben alle vrijheid. Ze vliegen zo de grenzen over'. Was dat maar voor iedereen zo, maar helaas is dat niet het geval. Vrijheid is niet vanzelfsprekend, dat moet men zich goed beseffen. Narigheid zal overal blijven bestaan."

Eigenlijk hadden Tonny en Frank de brief van oma in het oude woonhuis van hun grootouders willen voorlezen, als onderdeel van de 'Huizen van Verzet'-route in Haarlem. Maar vanwege overweldigende belangstelling moeten ze uitwijken naar de wat ruimere kapel van het Rosenstock Huessy Huis. Een kapel waar hun gelovige opa ook vaak kwam om weer op krachten te komen.

Boris Vissers luistert ook naar het verhaal van Tonny in de kapel. Hij gaat in juni in het oude huis van opa en oma Habraken wonen. Het wordt nu nog gerenoveerd. "Heel erg heftig om te horen allemaal. Over een gewone man, die maar gewoon zijn werk deed. Je weet dat dat soort dingen zijn gebeurd. Dat je op zo'n plek mag wonen met zo'n geschiedenis, is ergens ook wel heel mooi. Ik zal er af en toe wel aan denken als ik er eenmaal woon."

Aan de Antoniestraat herinnert niets meer aan haar opa Harry, maar dat gaat volgens Tonny wel veranderen. "Een glas-in-loodraam, waar hij op staat afgebeeld wordt teruggeplaatst, het binnenplein wordt naar hem vernoemd en er komt een gedenksteen in de gevel van het pand. Dan is opa toch weer een beetje terug op de plek waar hij het gelukkigst was." Dan wordt het haar allemaal even te veel en komen de tranen.
Pin It
Bekeken: 1112x
http://perizinan.bulelengkab.go.id/products/rahasia-slot-mahjong/ https://e-starlitbang.tapinkab.go.id/maxwin-pg-soft/ https://e-starlitbang.tapinkab.go.id/mahjong-gampang-menang/ https://sisdata.unpak.ac.id/uploads/sgacor/ https://ee.itk.ac.id/data/